Ruben van Bommel heeft zijn debuut als A-international achter de rug. De 22-jarige aanvaller van PSV viel donderdagavond in de 83e minuut in tijdens het Nations League-duel met Duitsland, dat in 1-1 eindigde, en was meteen van waarde: hij gaf een assist met de buitenkant van de voet en loste twee schoten. Na afloop kreeg hij het haasje, het speldje dat iedere debutant in Oranje ontvangt.
Daarmee zette hij ook een unicum neer. Nooit eerder speelden in Nederland een grootvader, een vader en een zoon voor de nationale ploeg. Zijn opa Bert van Marwijk kwam tot één interland, zijn vader Mark van Bommel tot 79. De achterstand op zijn vader is dus nog aanzienlijk.
Van Meerssen via Maastricht naar Eindhoven
Zijn route naar Oranje liep niet rechtdoor. Als zevenjarige begon hij bij SV Meerssen, waarna hij naar de jeugdopleiding van PSV ging. Dat avontuur eindigde in 2019, en hij vervolgde zijn weg in Maastricht.
Daar sloot hij aan bij de hoogste jeugdteams van MVV, waar zijn kwaliteiten snel opvielen. Trainer Maurice Verberne liet hem op 8 augustus 2022 debuteren in het betaalde voetbal, vijf dagen na zijn achttiende verjaardag. Daarna ging het hard: hij werd Talent van het Jaar in de Keuken Kampioen Divisie, verkaste naar AZ, groeide uit tot vaste waarde bij Jong Oranje en tekende vorige zomer bij landskampioen PSV.
Bijna een jaar uit de roulatie
In Eindhoven sloeg het noodlot toe. Een zware kruisbandblessure hield hem bijna een jaar aan de kant. In die periode werkte hij met een fysieke trainer aan zijn herstel, met een rentree in de Eredivisie als resultaat. Dat het daarna zo snel zou gaan, had hij naar eigen zeggen niet verwacht, maar hij ziet het als een mooie beloning voor die maanden.
Met zijn invalbeurt tegen Duitsland liet Xavi Hernández zien dat hij oog heeft voor jonge spelers. Voor Van Bommel is dit vermoedelijk pas een begin. Zondag speelt Oranje in Belgrado tegen Servië, daarna volgen Griekenland op 1 oktober en opnieuw Servië op 4 oktober.